****************
*********
When the earth spits out the dead, they will rise to suck the blood of the living!

Italië, de bakermat van de maffia, van de catenaccio, van de toren van Pisa, van de donkerharige waarom niet naar mij omkijkende vrouwelijke temperamentvolle schoonheden, maar ook van de gore met het bloed in het rond spattende B-horrorflicks. De Godfathers hiervan? Dario Argento en Lucio Fulci. De eerste assisteerde, na eigen succesrijke horrorfilms als The Deep Red en Suspiria, ene George A. Romero wanneer deze zijn sequel draaide op het als een succesbom ingeslagen onafhankelijke low-budget productie The Night Of The Living Dead. Naast co-producer was Argento (Leve Asia, Leve Asia; sorry mijn hormonenemoties slaan voor de zoveelste keer op hol bij het horen van de naam Argento en het inbeelden voor wat de sensualiteit van zijn dochter teweegbrengt) tevens scrip-consultant en verzorgde hij samen met zijn band Goblin de kinetische rockscore. Maar waarschijnlijk vond den Dario dat de George zich overmatig bezig hield met het bekritiseren van de geëvolueerde samenleving en besloot hij om voor Europa (vooral dan voor Italië) het gepalaver eruit te knippen. De mensen aan de andere kant van de oceaan kregen dus niet echt een 'gecutte' versie te zien (want de bloederige scènes werden behouden) maar een verkorte versie onder de benaming Zombie: Dawn Of The Dead. Blijkbaar sloeg dit aan en was men in horrorItalië van mening zich niet te laten onderdoen door de Amerikanen. Dus creëren ze zelf iets als een trilogie.

En creëren dat mag je letterlijk nemen want de plannen en het script voor deze Zombi 2 waren al ontstaan nog voor Dawn Of The Dead het witte doek in Italië had gezien wat dus betekent dat deze flick op zich geen banden had met Romero's film (de invloeden waren vooral afkomstig van I Walked With A Zombie, Voodoo Island en The Walking Dead). Maar door het grote succes van (Argento's herziene) Dawn Of The Dead wilden de producers maar al te graag meevaren met de zombiecruisetocht en zullen ze zelfs een nieuwe begin- en eindscène toevoegen die, het geld kon niet op, in New York werd opgenomen (andere scènes werden opgenomen in Rome en Santo Domingo in de Dominicaanse Republiek (aldaar werden vijf jaar eerder in het El Embajador hotel tevens scènes opgenomen voor The Godfather Part II). Italiaanse godfather achter de camera's hier is Lucio Fulci, geboren in 1927 in Rome en aldaar gestorven aan diabetes in 1996. Omdat Fulci vergat zijn insuline te nemen voor hij ging slapen, zien kwatongen hierin een reden om aan te nemen dat hij zelfmoord pleegde. Suïcide of accident, voor zijn vaste horrorfans was het verlies van een unieke en eigenzinnige filmmaker ("Cinema is everything to me. I live and breathe films -- I even eat them!") alleszins een tragedie. Zijn filmloopbaan was er één van ups en downs, afhankelijk van tegen wiens schenen hij schopte. Na zijn studies geneeskunde en kunstcriticusloopbaan waagde Fulci (na wat scenariowerk) zich in 1959 aan zijn eerste film I Ladri met, ondanks dat de producers op droog zaad zaten, Toto, één van de populairste komieken uit de Italiaanse geschiedenis. Niet dat Fulci dit zelf wou - enkele jaren geleden werd hem reeds gevraagd een film met Toto in te blikken maar hij weigerde - maar getrouwd zijn kost geld (toch de vrouwelijke wederhelft ervan) en daarom nam hij de job aan. De film flopte maar niettemin krijgt hij opdrachten om musicals (o.a. met Chet Baker), (vier) spaghettiwesterns en komedies in te blikken (een hele resem zelfs met Franco & Ciccio, twee komieken die in Italië dezelfde status hebben, mede door Fulci, als Abbott & Costello in de States) die goed gepositioneerd waren in de nationale box-office.

U leest het goed, horrorliefhebber, The Godfather Of Gore startte zijn carrière met films die wij normaliter links zouden laten liggen. Pas na een stuk of twintig films begon hij te grasduinen in het thrillergenre met One On Top Of The Other waarmee hij net genoeg geld kon inzamelen voor het maken van Beatrice Cenci, een op ware feiten gebaseerde film over een jonge vrouw die beschuldigd wordt van de moord op haar sexueel misbruikende vader.

Door het aanwezige commentaar op kerk en staat kookte het potje over bij de katholieken waardoor de carrière van Fulci in het slop raakte en zich tevreden moest stellen met wat commercieel (tv)gedoe. Begin jaren '70 raakte hij terug op het discussievoorplan met A Lizard In A Woman's Skin en (Fulci's lieveling) Don't Torture The Duckling waarbij hij in de problemen kwam met respectievelijk de censuur (want een combinatie van moordende hippies en verminkte, in stukken gescheurde honden) en, ze zijn er weer, de katholieken (want gefocust op een combinatie van psychotisch religieuze fanatiekelingen en brutale kindermoorden). De laatste film betekende dat Fulci op een zwarte lijst kwam te staan en veracht werd in eigen land. Hij werd gedwongen tot televisiewerk maar kwam internationaal terug boven water met het legendarische Gli Ultimi Zombi oftewel Zombi 2 (of Zombie Flesh Eaters (UK) of Zombie of Zombie 2: The Dead Are Among Us (USA) of Island Of The Flesh Eaters of Island Of The Living Dead). We schrijven dan 1979, twintig jaar na zijn regiedebuut (vooreerst werd Enzo G. Castellari, scorend geweest met de Italiaanse western Keoma, gevraagd de film in te blikken maar die legde die taak naast zich neer om zich bezig te houden met het crime genre en stelde producer Fabrizio De Angelis voor om Fulci te contacteren).

De zombieflick start, nadat een man in doeken gewikkeld door het hoofd wordt geschoten, met de woorden "The boat can leave now. Tell the crew." Wanneer je die dan ziet ronddobberen in een haven, weet je al hoe laat het is. De politie echter niet, en omdat de boot verlaten is, willen onze mariniersagenten op Ghost Shipgewijze hem opeisen: boot wordt buit. Bij het rondneuzen worden ze echter aangevallen door een niet fris uitziend onguur figuur die het letterlijk op hun leven gemunt heeft. Ze kunnen hem nog neerschieten (niet in het hoofd, en dan weet u het wel zeker) en valt overboord. Deze openingsscène, alhoewel al twintig jaar oud, is qua make-up lekker vettig en de spanning is tot over de top te snijden (wanneer de ene agent de zombie zijn arm wil nemen en enkel maar een reepje huid in zijn handen heeft, is tegelijk grappig en creepy). Beklijvende opening dus (u zal de volgende autopsiescène ook likkebaardend bekijken) waarna de film een andere wending neemt, of beter gezegd een andere locatie. Van New York gaat het richting eiland Matoul in de Caraïben.

Immers reporter Peter West heeft van zijn baas (een cameo-optreden van Fulci himselve, iets wat hij trouwens vaak doet, vooral als dokter of reporter (twee van zijn vorige beroepen) of politieagent) de opdracht gekregen dit voorval te onderzoeken (deze redactionele scène werd trouwens opgenomen in een zeer druk bezet gebouw en wanneer de cast en crew onoplettend een vergadering verstoorde, werden ze door een kwade Rupert Murdoch buiten gebonjourd, een mediamagneet die aandelen heeft of eigenaar is van Fox Network, 20th Century Fox, TV Guide en de LA Dodgers Baseball team). Maar hij is niet alleen, ook Ann Bowles wil die richting uit. De boot is immers afkomstig van haar vader, wie ze in jaren niet meer gezien heeft. Samen met zeilbootkoppel Suzan en Bryan die in hun rondtocht wel willen stoppen in Matoul, ondanks dat ze beweren dat het eiland vervloekt is, ondernemen ze de zoektocht naar het eiland. Gaat dit zonder slag of stoot? Uiteraard niet. Hou u vast voor één van de meest rare en memorabele zombiescènes ooit. Suzan (juicht heren, juicht want volledig in Eva-kostuum) beslist om een eindje te gaan duiken waarbij ze gezelschap krijgt van een haai EN van een zombie, die, verstand heeft hij toch niet, een gevecht aangaat met de haai, ja zelfs er enkele happen uit bijt. Hilarischer kan haast niet, typisch Italiaanse B-cinema waarbij de limieten van de slechte smaak worden afgetast en af en toe worden overschreden. Middelmatige kijklustigen zulen snel wegzappen but I Love It!

Ondertussen krijgen we ook een zicht op de situatie op het eiland, waar het zombievirus zich razendsnel verspreid. Tot grote wanhoop van Paola, de vrouw van Dr. Mernard die niets anders wil dan het eiland te verlaten maar stuit op de trouw aan de wetenschap blijvende onderzoeker die het virus wil kennen en bestrijden. Hij is het die de boot heeft laten varen nadat hij noodgewongen Ann's vader moest neerknallen (ook weer typisch Fulci: net als zijn cameo's kiest hij voor de hoofdpersonages beroepen als dokter, reporter of politieagent; hier komen ze dus alledrie voor). Wanneer al onze personages samenkomen (toegegeven, het duurt wel een tijdje) is het hek volledig van de dam en is het al zombie wat de klok slaat met alle nodige ingrediënten die een levende-doden-film nodig heeft.

Eerste ingrediënt zijn de - euh - zombies zelf, en ze zijn met genoeg hoor. Verdienste van de film: ze zien er niet uit. Bij Romero bleek iedere zombie iets verkeerd gegeten te hebben (een overrijpe framboosbavarois denk ik) waardoor ie nogal roze uitsloeg, hier heeft Gianetto De Rossi en zijn make-up team ervoor gezorgd dat de struis gezette zombies er huid- en skeletrottend uitzagen gekruid met wat vettige bederfde pieren waardoor de angstbarometer wat de hoogte in gejaagd kon worden (De Rossi werd trouwens genomineerd voor een in het genre prestigieuze Saturn Award).

De zombies zagen er zo kolossaal uit omdat De Rossi de make-up in verscheidene stages en lagen aanbracht, een proces dat de naam "caked" meekreeg waardoor Fulci deze figuranten de "walking flower pots" noemde. Trouwens vele van die zombiefiguranten waren broers waardoor ze allemaal wat op elkaar begonnen te gelijken en bepaalde kijkers dan ook speculeerden dat de zombies door één en dezelfde persoon werd gespeeld.

Tweede ingrediënt is de gore, en daar is er genoeg van hoor (alhoewel vooral opgespaard naar het tweede deel van de film toe). Twee scènes springen er zo uit en zijn opgenomen geworden in de horrorannalen (zien dat ik hier geen 'n' te weinig schrijf). Telkens is, ocharme, Paolo (de Griekse Olga Karlatos) de centrale figuur erin. De meest fameuze is de 'eye scene'. Fulci staat ervoor bekend om bij bloederige scènes vaak gebruik te maken van close-ups (meestal van de ogen) waardoor de angst reëel voelbaar wordt. Wanneer dan zo'n oog ook nog op het punt staat doorboord te worden door een reus van een deursplinter en de vrouw zelf millimeter per millimeter naar die splinter wordt getrokken door een moordlustige zombie, kunnen we spreken van suspense (alleen de ogen al spreken onheilwekkende boekdelen) die haast zijn naaste niet kent. Dit is echt top. Enkele scènes later kun je dan een bloedbadje nemen tussen de zombies die appetijtelijk stukken vlees grijpen uit het vrouwelijke lichaam (of dat wat er van overblijft). Die atmosfeer die er in die kamer hangt, komt haast het beeld uitgezwermd en het voelt aan of je zelf deelneemt aan het smakelijke diner.

Daarnaast worden er genoeg hoofden aan flarden geschoten om er zelf hoofdpijn van te krijgen. Meteen een derde ingrediënt (bepaalde hoofdscènes geraakten trouwens niet door de Britse censuur). Maar het is niet altijd horror wat de klok slaat, u krijgt ook een aantal ontspannende scènes. Denk maar aan de scubaduikende dame en haar lachende joekels en later Paola in Eva-ornaat onder de douche. Weeral typisch Fulci. Hij laat de mannelijke hormonen opborrelen, laat hen opwindende sympathie voelen voor zijn personages om daarna de dreigende zombiespanning rond deze personen op te krikken en u naar het topje van de zetel te brengen om dan zonder slag of stoot u met de neus op de bloederige feiten te drukken.

Negatieve elementen? De film, zeker naar hedendaagse ongeduldige normen, heeft wat tijd nodig om op gang te komen en het acteren is, tja, je kunt eigenlijk niet van acteren spreken. Zie deze film dus niet voor het acteerwerk (ook de dubbing of het synchronisatiewerk laat soms de wensen te over). Personages Paola en Suzan (Aurette Gay) acteren met hun, wat dacht je (niet dat we daarover klagen hoor), Al (Brian Hull) laat vooral zijn baard spreken, het duo Anne en Peter (Tisa Farrow - zus van Mia die getrouwd is geweest met Frank Sinatra en later partner was van Woody Allen - en Ian McCulloch) acteren enkel met standaardgezichten van angst of verontwaardiging; enkel Dr. Menard (Richard Johnson) raakt nog door de mazen van het net. In zijn spel zit enige vastberadenheid maar heeft evenwel niet veel ruimte. Hij is dan ook de enige die nog buiten Italië aan de bak geraakte met zijn bijrol als zakenman in Lara Croft: Tomb Raider als hoogtepunt. Daarnaast mag echter gezegd worden dat de soundtrack sfeermatig leuk is om te beluisteren, vooral de zombietiteltrack en zijn varianten zijn bijblijvers. Goed werk van Giorgio Cascio (zijn enige soundtrack trouwens) en Fabio Frizzi die drie jaar eerder meewerkte aan de muziekscore van Fulci's 'Sette Note In Nero' waarvan een track gebruikt werd voor Kill Bill Volume 1.

Is Zombi 2 enkel maar voor de liefhebbers weggelegd? In deze tijden misschien wel maar een twintigtal jaar geleden was de ruimte tussen populaire cinema en high art niet zo extreem groot en gingen onze ouders zowel naar Apocalypse Now, Life Of Brian, Rocky 2 als deze Zombi 2. In Europa was Fulci's ondodenfilm één van de grootste horrortoppers ooit en draaiden vele cinema's zijn film wel tot zes maanden lang in de zalen. In Nederland was het zelfs de tweede best scorende film van het jaar. Ook het cult-extravagante aspect eraan zal er niet vreemd aan zijn. Immers bepaalde cinema's deelden zogenaamde Barf Bags uit gelijkend op die van het vliegtuig omdat enkelingen reeds bij het zien van de gore bloederige scènes hun lunch hadden opgebraakt. De enige film die dat nog kan voorleggen heden ten dage is The Blair Witch Project maar dat had enkel te maken met de onvaste ziekelijk bewegende camerabeelden. Geloof me, ze maken ze niet meer zoals Fulci's Zombi 2.

Bruno Pletinck

Links

Night Of The Living Dead
Dawn Of The Dead
Day Of The Dead
Homepage