****************
DAWN OF THE DEAD

Het tweede deel uit de legendarische zombietrilogie van George A. Romero. Niet zo vanzelfsprekend hoor. Immers, deze sequel volgde pas een decennium nadat Night Of The Living Dead het witte doek had gezien. Reden hiervoor is dat de debuutfilm van Romero, met het uitblijven van distributeurs, zich moest laten gelden in het school- en nachtfilmcircuit. Het duurde dan ook een tijdje vooraleer de low-budget productie uitgroeide tot een culthit. Niet dat Romero ondertussen had stilgezeten, in die elf jaar maakte hij vier films, echter met budgetten waartegen het woord peulschil niet is tegen bestand. In 1971 was er het met 90.000 dollar gemaakte There's Always Vanilla, een niet nader gekend (ook Romero zwijgt liever stil over deze film) romantisch drama dat we tot hiertoe nergens op dvd kunnen vinden, twee jaar later gevolgd door het meer succesvolle en iets duurdere (275.000 dollar) The Crazies over een militair vliegtuig dat neerstort in een dorpje en waarbij het aanwezige virus zich verspreidt en een plaag van razernij ontketent. Hij heeft zich dus teruggekeerd tot het horrorgenre net zoals met Hungry Wives (weeral met een schraal budget van 120.000 dollar) van hetzelfde jaar waar hij op de set zijn latere vrouw Christine Forrest ontmoet. Tussendoor maakte hij nog een tweetal documentaires: O.J. Simpson: Juice On The Loose met, u zal het anders nooit kunnen raden hebben, O.J. Simpson en The Winners (samen met trouwe vrienden Michael Gornick, die later Romero's Creepshow een sequel zal geven en hier net als bij de derde film uit de trilogie aantreedt als vurig pikante cinematograaf) en Richard P. Rubinstein, zowat de vaste vertrouwensproducer die hier eventjes achter de camera kruipt). In 1977 duikt hij het vampierengenre in met Martin, wat door sommigen zelfs als de beste Romero wordt omschreven. Met een budget van 300.000 dollar deed hij met vampieren wat hij met zombies had gedaan.

Deze laatste film moest hem geleerd hebben dat hij het horrorgenre helemaal niet ontgroeid was en nog steeds in staat was om hoogstaande mixstaaltjes te tonen van blood, gore en suspense. En jawel hoor, een jaar later staat hij er opnieuw met Dawn Of The Dead, het bloederige satirevervolg op zijn eersteling. Gedraaid met een iets groter maar nog steeds onafhankelijk budget (anderhalf miljoen dollar, maar geloof me, dat is nog steeds kleiner dan de peulschil) zal hij uitgroeien tot één van de meest geliefkoosde cultfilms en tevens tot één van de meest winstgevende 'indies' (40 miljoen dollar opbrengst) in de filmgeschiedenis. Het geloof van de producers in hem zal wel een enorme stimulans geweest zijn. Want naast Rubinstein zien we ook Italiaans horrormeester, dankzij de eind jaren '70-hits The Deep Red en Suspiria, Dario Argento zijn schouders onder het project zetten. Niet alleen als co-producer deed hij zijn duit in het zakje (ook zijn jongere broer Claudio Argento werkte aan het project mee), hij trad tevens op als script consultant en daarnaast verzorgde hij ook de hoogst aangename muzikale rockscore met zijn vaste (maar van leden variërende) band Goblin. Meer nog, hij zal zelfs de film recutten zoals dat heet om hem gepast te maken voor het Italiaanse filmpubliek wat betekent dat de humor eruit werd gelaten maar alle gorescènes behouden werden. Hij zal deze recutversie titelen met de naam Zombi en horrorfreaks onder jullie weten dat het die andere Italiaanse horrormeester Lucio Fulci is, die daar een vervolg op zal maken, luidend naar de originele naam Zombi 2 (hij zal tevens met Bruno Mattei ook Zombi 3 inblikken). En eigenlijk, tegelijkertijd is Romero zijn vervolg, Day Of The Dead, aan het draaien wat maakt dat er twee sequels zijn op Dawn Of The Dead, een Amerikaanse en een Italiaanse versie.

Dawn Of The Dead mag eigenlijk gezien worden als een letterlijke verderzetting van zijn voorganger. De film opent immers in volle chaos in een nieuwsstation (waarbij je zowel Romero als de directeur en zijn vrouw Forrest als de directiesecretaresse cameo's ziet maken) dat koortsachtig de kijkers informatie wil geven over het zombiegegeven. Want nog steeds en in een veel grotere zeg maar nationale, nee misschien zelfs wereldwijde mate zijn er nog steeds zombies hongerig op zoek naar vers vlees die op hun beurt nog steeds door stoere gangs worden neergekogeld maar het beeld dat we krijgen is dat de nochtans makkelijk te doden ondoden de levenden overtreffen in aantal en dat degene die nog leven paniekerig ontsnappingspogingen beramen. Vier van die vluchtelingen, waarvan we te rade krijgen dat het strafbaar is, zijn tv-weerjournalist Stephen, zijn vriendin Francine die eveneens in het nieuwsstation werkt als manager, Roger die net deelnam aan een niet echt duidelijk gewelddadige inval van de politie in een appartementsgebouw binnen een sloppenwijk waarbij zowel inwoners (de eerste die wordt neergeknald is de cameoversie van John Amplas die het vorige jaar Martin speelde in de gelijknamige Romerofilm) als zombie's in de hoofd worden neergeknald (de scène waarbij een vrouw haar man herkent maar deze, omdat hij behoort tot het andere levend dode geslacht, een stuk van haar hals en arm uitbijt, is klassehorror om van te smullen) en Peter die toevalligerwijs bij de uitrustende Roger was gekomen in de kelder van het gebouw (en daar lustig zombies in een bijtende gewetensloze scène neerknallen; u zal het knalroze, haast fluorroze comic-style bloed - een mix van kleurstoffen, pindakaas en rietsuiker - gutsend in het rond zien vliegen). In tegenstelling tot Romero's eersteling springt er nu niemand uit als held, schurk of verzoeningskameraad, neen hij heeft geopteerd voor niet-stereotype mensen die gemeen hebben dat ze vluchtende overlevenden zijn en buiten het eigen viertal op haast Darwinistische wijze haast geen sikkepit geven om andere buitenstaanders. Ze beslissen om in het holst van de nacht van de stad weg te vluchten met een helikopter maar eens het licht wordt, dawn dus, wordt het duidelijk hoe verspreid de epidemie wel is. Overal slenteren er ronddolende traagwegsjoffelende zombies die her en der nog worden neergeknald door 'rednecks'. Het wordt duidelijk, o.a. geïllustreerd met vluchtende wagencolonnes, dat men haast nergens meer veilig kan zijn en ons viertal moet dit zelf ondervinden wanneer zij een tankstop houden. Ieder van ons viertal wordt wel eens aangevallen (leuk detail is dat Peter wordt aangevallen door twee en eigenlijk verdomd duivelsnelle zombiekinderen die gestalte gegeven worden door Donna en Mike Savini, nicht en neef van Romero's vriend Tom Savini, die hier naast acteur optreedt als verantwoordelijke van de make-up (maar niet tevreden was over de kleur van het bloed geproduceerd door 3M), special-effects en stunts; ook in Night Of The Living Dead zou hij o.a. de make-up verzorgd hebben maar hij werd plichtsmatig opgeroepen om in de oorlog van Viëtnam dienst te doen als legerfotograaf; de beelden die hij daar voor zijn ogen heeft gekregen, zouden hem geïnspireerd hebben bij het gestalte geven van de zombies) en kunnen vooralsnog ontsnappen, maar naar waar?

Hun oog valt op een winkelcentrum omdat één men daar levensbenodigdheden heeft en twee de zombies zich enkel maar begeven op de benedenverdieping, zodanig dat zij zich op de bovenste gedeeltes kunnen begeven (en van daaruit vraagt Francine zich af "What are they doing? Why do they come here?" Gevolgd door het verklaringzoekende antwoord van Stephen: "Some kind of instinct. Memory, of what they used to do. This was an important place in their lives." We zien dan ook zombies van allerlei aard: nonnen, verpleegsters tot zelfs een creepy Hari Krishna). Van hieraf gaat Romero de humoristische satiretoer op en durft zelfs zijn eigen creaturen in het belachelijke te trekken (zombies op roltrappen is lol tappen) middenin zijn aanklacht tegen de Westerse consumptiemaatschappij. Want ja hoor, deze film is meer dan zo maar een horrorfilmpje. Het is tegelijkertijd een aaneenschakeling van commentaren op de Westerse wereld zodat deze standaardzombiefilm zich weet te onderscheiden van de Italiaanse rip-offs die zich enkel concentreren op het horrorgeweld.

Welke plaats is immers beter om de Westerse luxekoopdrang te hekelen. Uiteraard, een mensverlaten shoppingmall (de plaats waar deze nachtopnames tijdens de winter van '76-'77 plaats vonden - de opnames startten om tien uur en eindigden noodgedwongen om zes uur omdat, alhoewel het winkelcomplex pas open ging om negen uur, reeds om zes uur de achtergrondmuziek startte en niemand wist hoe deze af te zetten - was in het winkelcentrum van Monroeville te Pennsylvania, het valt op dat tot hiertoe Romero's films allemaal zijn opgenomen in Pennsylvania, vooral dan zijn geliefkoosde stad Pittsburgh).

Gebruik makend van de lompe traagheid van de ondoden slalommen ze zich op enthousiaste en innovatieve wijze doorheen hen en doen ze gratis hun inkopen in kledijstores (ze kunnen er niks mee doen maar toch nemen ze ze mee), kruidenierszaken en een wapenwinkel (in het echt was er geen wapenzaak in het winkelcentrum, dus heeft Romero deze scènes - samen met wapencoördinator Clayton Hill die zelf de zombie speelt die een rare fascinatie heeft voor M-16 geweren - opgenomen in een gewerenshop in, jawel Pittsburgh), maken ze zich op in de beautyfarms en kapperszaken, verwennen ze zich met lekker eten in het restaurant, ontspannen ze zich op een schaatsbaan en nemen ze het eigenlijk waardeloos geworden geld uit de kassa's (tussendoor hoort u wel eens een vooropgenomen verkoopstem ("Attention all shoppers …") ingelezen door Romero's vrouw Forrest; hij is duidelijk iemand die van inside-jokes en instincters houdt).

Wat dus opvallend is, ons kwartet doet geen enkele poging om collega-mensen in nood te zoeken, ze sluiten zich volledig af van de buitenwereld, stoppen met het luisteren naar nieuwsberichten en concentreren zich op hun leven in wat voor hen een magisch maar imaginair gesloten luxepaleis is dat op den duur toch maar saai begint te worden. Wow, onze obsessie, onze brainwashing, onze veroveringsdrang om materiële dingen te hebben (niet uit noodzaak maar wel uit hebzucht), wordt u in een half uurtje tentoon gesteld. De tientallen zombie-uitpuilende ogen achter de voor hen gesloten vitrineramen gericht op de consumeringsdrang van ons viertal krijgen zo tegelijk een schrikeffect als een Westers afkeringseffect. Welke andere horrorfilm kan dit voorleggen? Nu plots worden mij de openingsscènes waarbij SWAT-teams een vervallen appartementsgebouw binnenvallen duidelijk. Bedoeling was Cubaanse inwoners te bevrijden ten opzichte van de zombies maar bij die inval lijkt het wel of er meer Cubanen worden gemold dan zombies. Zou dit geen aanklacht kunnen zijn tegen de Amerikaanse willekeurige houding tegenover immigranten in de jaren '70?

Romero haalt tevens het abortusaspect aan. Immers, Francine is zwanger (en weet niet precies van wie) en de terechte en fascinerende vraag roept zich op of het verantwoord is om in een wereld beheerst door zombies een baby te baren. Ook de Viëtnamoorlog wordt gecontesteerd. Wanneer ons viertal nog in de helikopter zaten, zagen ze groepen rednecks in volle plezier en met liters bier zombies neerknallen. Merk de nervositeit op in de ogen van twee soldaten en hun bevende handen, duidelijk refererend naar de posttraumatische stresssymptomen. Neeneen hoor, dit is niet alleen een gewone horrorfilm. Maar …

De horror wordt zeker niet achterwege gelaten en Dawn Of The Dead zal waarschijnlijk wel één van de meest gore films geweest zijn die tijd (onder de 17 jaar kwam je de cinemazaal niet binnen). Het rare is echter dat we hierbij onze zombies niet veel kunnen verwijten. Romero laat het knusse, gezellige en speelse kwartetonderonsje eerst lijden onder het onvoorzichtige feit dat er iemand van de vier wordt gebeten en sterft met de woorden "I'm... I'm gonna try not to come back. I'll try not to", yeah right, en daarna laat hij een stormloop van motorbendes - onder (stunt)leiding van Tom Savini en als u zich begint af te vragen van waar u die kent, hij speelde in 1996 Sex Machine in het coole From Dusk Till Dawn - op het winkelcentrum los (ook Romero deed mee als de kerstmanbiker). Alweer nemen de mensen het tegen elkaar op (Stephen: "It's ours, we took it" duidend op het winkelcentrum en opent het vuur op de bikers) in plaats van samen te strijden tegen de ondoden, en dienen de zombies eigenlijk als derderangsfiguren die gewoon hun werk doen, zijnde met oerachtige instincten het met grote happen verorberen van vers dodenvlees.

Het grote verschil met Night Of The Living Dead is uiteraard dat men is afgestapt van het zwart-witte (waarvan de bedoeling kostenbesparing was maar eigenlijk wel meehielp aan het creepy karakter) naar het kleurenpallet toe waardoor wel duidelijk wordt dat de film met een niet groot budget werd gedraaid maar toch voelt hij allesbehalve gedateerd aan. Opnieuw heeft Romero geopteerd voor een (goedkope) loyale cast van vrienden die niet alleen voor de schermen maar ook achter de schermen meewerkten. De zombiefiguranten werden getrakteerd op 20$ per draaidag (beduidend meer dan die ene dollar bij zijn eersteling), een lunchbox en opnieuw een T-shirt.

Het resultaat is een mix van satire, sociale commentaren, drama, komedie én horror met rondspetterend bloed, afgehakte en opgegeten ledematen steunend op een variërende schizofrene Italiaanse klinkende soundtrack en solide acteerprestaties.

En Hollywood zou Hollywood niet zijn met hun ongeïnspireerde en op geldgebrande producenten die denken dat uit uitgeperste citroenen toch nog wat sap zal komen en daarom ergens in juni van dit jaar de remake, met Sarah Polley, Mekhi Pfifer en Ving Rhames, op u loslaten in de zalen. Dat dit niets meer is dan de melkmachine overuren laten doen en uren in de wind stinkt naar winstbejag lijkt nogal duidelijk maar was dit net niet wat Romero hekelde in zijn film? Zelfs voor een cultfiguur heeft men geen respect meer.

Bruno Pletinck

Links

Night Of The Living Dead
Day Of The Dead
Homepage