Homepage filmsalon
****************
*****************

REGIE:
Matthew Leutwyler


*********


MET:
Ever Carradine (Sara)

Gina Philips (Melody)

Bianca Lawson (Kate)

Oz Perkins (Johnny)

*********


USA / 2004 / 89 MIN.
*********


Verdeler:
TBC

Een broodje ketchup graag!

En wat gaan wij hebben bij het ontbijt? Liters ketchup, that's for sure! Dat we na Shaun Of The Dead dit jaar nog eens een toch wel geslaagde horrorparodie mogen beleven, doet ons echt deugd. Chapeau trouwens voor de festivalprogrammateurs om tussen de cinefiele, soms wat zwaar op de maag liggende festivalfilms dit grappige, no-budget trashyfilmpje te spelen.

Een zestal jongeren - de drie bloed-(hèhè)-mooie meisjes Sara, the blond one (Ever Carradine, dochter van), Melody, the black one (Gina Philips, mag mij altijd eens ontbijt op bed serveren, u kent haar wel van Jeepers Creepers) en Kate, the brown one (Bianca Lawson), rare snuiter Johnny (Oz Perkins die ooit eens de 12-jarige Norman Bates speelde in Psycho II), de zuipende en daarom in tuinen pissende loverboy David (Eric Palladino, altijd al acterend in de regisseur zijn films) en de coole Christian (Jeremy Sisto, kent de klappen van de horrorzweep vanuit Wrong Turn) - zijn doorheen Texas met hun van op weg naar een trouwfeest waar één van hen het bruidsmeisje moet spelen. Zoals dat gewoonlijk is bij deze B-films raken ze de weg kwijt en zoeken ze een plaats om te kunnen overnachten. De weg wordt hen gewezen door een countryzanger (Zach Selwyn) die als intermezzo nog vaak een optreden komt doen. Wat trouwens inventief is want met zijn lyrics begeleidt hij de kijkers op een grappige manier door het verhaal.

Ze komen terecht in een bed and breakfast op dat van Pyscho gelijkende landhuis dat toebehoort aan Mr. Wise (David Carradine himselve komt zijn zegen geven over dit splatterfestijn en alhoewel hij amper te tellen minuten in beeld is, zijn charisma en zijn lispel doorheen de stem druipen van het scherm) die ook nog een met een zwaar Frans accent sprekende butler en een doofstomme tuinier in dienst heeft. Blijkt dat de gastheer een doodgeboren kind heeft dat hij met een boeddhist en een betoverde maar nog verzegelde wooden box tot leven wil brengen. En het is juist die doos die voor narigheden zal zorgen omdat er een soort van kwade geest in zit die iedere mens waarvan er een stukje lichaamsdeel in wordt gestopt, omtovert in een zombie-achtige freak met als doelstelling in een eerste stap het lokale dorp Lovelock te veroveren. De box raakt ontzegeld en Johnny wordt het eerste slachtoffer. Hij neemt de rest van de ondoden op sleeptouw - hij heeft er zeker de zonderlinge blik en cynische toon voor - om andere inwoners eveneens het hoekje om te brengen.

Klinkt als trash? Het is trash, maar goede! Alles zit erin. Hippe jongeren die hun acteerprestaties (gelukkig) niet al te serieus nemen (maar jongens of beter gezegd meisjes, een beetje bips en tits kan nooit kwaad, oh wat schrijf ik, zou zelfs moeten in een film als deze), morbide humor, rondgutsend bloed, afgerukte ledematen, een hoofd dat gespietst wordt (leuk), een mes in het hoofd, een spijker in het hoofd, een paal in het oog, een cimbaal doorheen het hoofd, geweerschoten in talloze hoofden, ontplofte hoofden, hamer in het hoofd, hakbijl in het hoofd, boor in het hoofd, kettingzaag in het hoofd, dient het nog gezegd te worden dat die halve zombiewezens gedood kunnen worden door de verbinding tussen de hersenen en de motorische functies te verbreken? Voor gorefans, dit is een waar festijn voor jullie. Er wordt zelfs via een in het ter plaatse in een gigantische plas bloed trappelende David een ode gebracht aan Braindead.

De zijn eigen films schrijvende regisseur Matthew Leutwyler houdt duidelijk van dit genre, meer nog hij voegt er een dosis inventiviteit aan toe. Niet alleen begeleidt hij de kijker door het verhaal via een kwibus-countryzanger (het rap-country nummer in de film is echt hilarisch), ter afwisseling gebruikt hij ook nog eens zwart-wit-rood (voor het bloed) comic-intermezzo's. Hij maakt niet alleen een horrorparodie, paradoxaal toont hij ook veel respect voor het cheapy-creepy genre en zou hij haast een Braindead-volgeling kunnen genoemd worden omdat zijn talrijke bloedfonteinen grappig zijn en ook hij met elektrisch tuingerief komische doodseindes bedenkt (a dead one rondstappend met een kettingzaag in de nek, 't was wel effe gillen). Zijn jongere personages nemen zoals gezegd zichzelf helemaal niet au sérieux wat absoluut de beste aanpak is bij deze films: je geeft er niet om dat ze het loodje zullen moeten neerleggen, je kijkt er zelfs naar uit met de gedachte, des te bloediger des te beter. Nevenpersonage Miranda Bailey als militaire beschermer van haar winkel was echt over the top hilarisch, terwijl ook Jeffrey Dean Morgan als the sheriff met Columbo neigingen parodiërend kon overtuigen.

Films van het cheapy-creepy-trashy genre staan misschien niet open voor een uitgebreid publiek maar deze Dead And Breakfast, die al op tal van festivals zijn gewaardeerde toeschouwers vond (o.a. publieksprijzen in San Francisco en Nuremberg), zou wel eens dezelfde weg kunnen inslaan als Peter Jackson's Braindead of Sam Raimi's Evil Dead (ik zou het een kruising durven noemen tussen deze twee films) en dus een absolute cultstatus veroveren in het interessante gore-landje. Al wie bloederige grappige films tot zijn genre rekent, die de humor in de horror kan zien, dit is een film die een hoogtepunt is in het oeuvre. Zien!

Bruno Pletinck